Dierentuinen bezoeken heeft (bijna) iedereen in zijn of haar leven gedaan. Als kind ging altijd met veel plezier dieren kijken achter hekken en in kooien. Onwetend dat deze dieren daar eigenlijk helemaal niet horen. Ze horen in het wild te leven, vrij en in hun natuurlijk habitat. Maar toch schuilt er ook iets achter dierentuinen wat het goed maakt.

Ik twijfel al heel lang als het aankomt op het bezoeken van dierentuinen. Dat weegschaal effect wat dan opspeelt als ik mee wordt gevraagd naar een dierentuin. Eerlijk is eerlijk dat ik het altijd ontzettend leuk vind als ik verschillende soorten dieren bij elkaar kan zien (op een dag). Maar sinds mijn safari ervaring in Zambia is dit een beetje gaan knagen. Je weet wel zo onderbuik gevoel. Dieren horen niet achter hekken te zitten maar vrij te lopen in de natuur. Maar toch zijn dierentuinen niet altijd slecht en hebben ze ook goede beweegredenen.

Waar komen dierentuinen vandaan?

Een vraag die ik mezelf een tijd geleden afvroeg. Misschien ook wel eentje die jij jezelf afvraagt. Waar komen dierentuinen nou eigenlijk vandaag. Hoe zijn ze ontstaan? Helaas het antwoord daarop is best triest. Helaas zijn alle dieren in dierentuin niet zelf aankomen lopen. Ze zijn niet gaan aan klopen of ze daar mochten wonen. Wij mensen hebben de eerste dieren in het wild gevangen. Of dat nou uit de handen van een stroper is of uit een jungle geplukt zijn, ze worden allemaal buiten hun vrije wil weg gehaald uit het wild.

Wist je dat als je een olifant bij zijn kudde weg haalt dat, dat extreme gevolgen kan hebben die onomkeerbaar zijn. Olifanten hebben namelijk een zeer complexe verhouding tot elkaar en het weg halen kan dat helemaal kapot maken.

De dierentuinen zijn om verschillende reden ontstaan. In de loop van de 18e eeuw ontstonden er de eerste dierentuinen nadat rijken en machtige families eeuwen lang steeds meer dieren gingen houden voor vermaak en status. Die bedachten toen, in de 18e eeuw dat het een leuk idee was om hun dierencollectie voor publiek te openen. En tadaa zo was er het ontstaan van de dierentuinen.

Waarom wel naar de dierentuin

Dierentuinen redden levens

De westelijke Laaglandgorilla, de Grévyzebra, Algazel en de Comorenvleerhond hebben allemaal één ding met elkaar gemeen. Ze zijn dankzij dierentuinen gered van uitsterven. Deze diersoorten worden in het wild ernstig bedreigd net zoals de: de Amoerpanter (25 tot 34 in het wild, veel te weinig om te overleven, dood exemplaar levert al ruim 37.000 dollar op), Javaanse Neushoorn (waarvan er nog maar circa 50 in het wild zijn), Berggorilla (waarvan er nog maar 880 over de gehele wereld leven) en de Siberische Tijger (waarvan er nog maar circa 500 over de gehele wereld zijn). Dit zijn een aantal dieren die met uitsterven bedreigd worden.

Na maten de jaren verstreken, hoe meer de dierentuinen er een werkelijk doel kregen. Tegenwoordig zijn veel dierentuinen lid van de European Endangered Species Protection (EEP) om er voor te zorgen dat bepaalde dieren niet uitstreven. Zoals bij de przewalskipaarden want deze paarden leefde eerst niet meer in het wild maar dankzij de fokpragamma’s, is er een kleine populatie in het wild vrijgelaten en leven ze daar nu. Helaas lukt dit niet altijd en zijn er sommige rassen ook daadwerkelijk uitgestorven. Ook houden ze bij een groot aantal bedreigde dieren de stamboom bij zodat je geen inteelt krijgt.

Educatie

Een andere belangrijke rol is de educatie. Omdat het publiek nieuwsgierig is naar de dieren, kunnen de dierentuinen de mensen wat bij leren. De bewustwording is onwijs belangrijk om bepaalde dieren te kunnen blijven beschermen.

Niet alleen educatie voor het publiek maar ook heel belangrijk is het onderzoek naar dieren. Dit gebeurt op het gebied van gedragsbiologie en dierengeneeskunde. Het is belangrijk om te weten wat voor ziektes er o.a. zijn bij dieren en wat wij kunnen doen om het te genezen of zelfs voorkomen.

Waarom niet naar de dierentuin

Dieren horen in het wild

Dieren horen thuis in het wild. Kunnen dierentuinen eigenlijk nog wel? Partij voor Dieren pleit ook dat alle dierentuinen omgebouwd worden tot dierenopvang. Hier kunnen dan dieren terecht die niet meer in het wild kunnen leven. Maar ergens moet het geld vandaan komen op die faciliteiten te betalen. En menig mens wilt eerst iets zien voordat ze betalen.

Maar goed dieren horen na mijn mening zo goed mogelijk wild te leven. Kan dit niet wegens wat voor reden dan ook dan, dan hoort daar een andere oplossing voor te zijn. Dieren hebben ruimte nodig om te kunnen jagen op hun prooi. En dat hebben ze vaak niet in dierentuinen.

Dag, wild dier!

Helaas maar het is toch zo. Dieren worden minder wild dan als ze zouden opgroeien in het wild. In een dierentuin krijgen de dieren (bijna) alles in handbereik. Ze worden gevoerd, dus hoeven niet elke dag te jagen, ook spierontwikkeling loopt dat toch achter. Het water staat vers achter elke hoek, natuurlijk heel fijn en ze worden in de gaten gehouden van ziektes.

Ze hoeven dus minder zelf te doen. Een echt wild dier moet elke dag kei hard werken om te overleven. Maar doordat dieren minder wild zijn worden ze toch vaak niet terug geplaatst in het wild. Hierdoor zijn er veel dierentuinen die dingen beloven maar het niet waar kunnen maken.

Dus dieren worden in dierentuinen geplaatst of groeien daarop, worden minder wild of krijgen niet hun echte wilde haren en worden zo doende niet terug in het wild geplaatst. En worden ze dat wel dan is het vaak nog een strijd om te overleven.

Hoe denk ik er over

Dubbelheid, weegschaaleffect, dat is wat ik voel. Van beide, de voor en tegens vind ik wat van. Dat dieren in het wild horen staat bij mij voorop. Dat dieren genoeg ruimte moeten hebben, heel belangrijk. Immers moeten dieren het ruimte hebben om hun natuurlijke gedrag te kunnen vertonen.

In Afrika heb ik voor het eerst dieren in het wild mogen bewonderen en dat was fantastisch. Een week na mijn terug keer, bezocht ik een dierentuin. Dit was leuk! En gezellig! Maar ik miste toch iets. Ik miste de vreugde van de dieren in het wild. Sommige weten niet beter maar echt je voelt dat ze iets missen.

Bij dat specifieke dierenpark zag ik twee leeuwen in een verblijf net zo groot als een half voetbalveld. In het wild hebben leeuwen duizend voetbalvelden. Misschien nog wel meer. Dat brak mijn hart. Vooral toen een hoop kinderen aan het gillen waren en een hond flink aan het blaffen was.

Gelukkig zijn er steeds meer dierentuinen waarbij de dieren meer ruimte krijgen. Zich ook kunnen afschermen van het roepend publiek. Maar daarin tegen zijn nog veel dierentuin zich niet bewust dat ze hun dieren te weinig ruimte geven. Dieren moeten de ruimte hebben om hun natuurlijke gedrag te kunnen vertonen. En voor mijn gevoel krijgen ze dat niet altijd in een dierentuin.

Ook het ene dier doet het beter in een dierentuin dan het andere. Bij olifanten is het moeilijk want die hebben veel ruimte nodig. In het wild lopen ze tientallen kilometers per dag, maar in dierentuinen te klein en is ook de ondergrond slecht. Gelukkig zag je bij een dierentuin in Nederland dat ze geen harde ondergrond hadden. Dit is natuurlijk een stuk beter voor de olifanten. Want veel olifanten in dierentuinen hebben last van overgewicht, stress en voetproblemen.

Het is dus belangrijk om te kijken welke dieren er wel in een dierentuin kunnen (of nog kunnen) en welke niet, net zoals de olifant eigenlijk. Elke dier heeft zijn eigen behoeftes en wilde haren nodig. Als wij nou is kijken wat een dier nodig heeft en niet wat wij nodig hebben (ook al is dit goed voor de ontwikkeling van de mens). Stel het dier voorop. Heeft het dier te weinig ruimte dan hoort het eigenlijk niet thuis in een dierentuin maar juist in een beschermde wildlife omgeving.

Maar om een lang verhaal kort te maken. Ik blijf een dagje dierentuin leuk vinden maar een safari duizend keer leuker en mooier. Daarom zal ik proberen een bezoek aan een dierentuin te beperken. Zelf leer ik van een dag dierentuin wel wat, maar dat kan ik ook leren van documentaires op tv of van een safari met een ranger door een wildlife park. Alleen dat laatste is natuurlijk niet voor iedereen haalbaar (duur en ver weg vaak).

Eind conclusie

Ik kan niemand verbieden om naar een dierentuin te gaan en ik zal dat vast ook nog wel eens doen. Voor mij blijft het dubbel. Ik zie zowel de voordelen als de nadelen. Maar wat ik wel mee kan geven is dat je twee keer nadenkt voor dat je gaat en dat je let op een aantal dingen. Alle goede dierentuinen in Nederland zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD).

Ga je toch! Let dan vooral op dat de dierentuin zich houd aan de regels. Ga niet naar dierentuinen die niet op de kaart van de NVD staan. Zie je dieren die niet goed worden behandeld meld dit dan. Want in helaas veel dierentuinen over de wereld worden dieren flink mishandeld.

De beste TIP die je kan geven is dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. Dit geeft jou en het dieren zoveel meer plezier. Jij ziet ze in hun echte dierzijn en ze zitten niet opgesloten.Echt een dier in het wild zien is het mooiste wat er is.

PS: nog een ding. Niet alle dierentuinen zijn slecht of fout. Ook al zeggen sommige van wel (voor hun zijn alle voren van dierentuin fout). Want sommige hebben het echt goed voor met de dieren. Daar geloof ik oprecht in!

Wat vindt jij van dit dilemma? Wel of niet een dierentuin bezoeken?